Lood wordt van oudsher gebruikt als beschermingsmiddel tegen ioniserende straling in ziekenhuizen, tandartspraktijken en productieomgevingen. Maar wat is ioniserende straling nu precies, wat zijn de verschillen met niet-ioniserende straling en waarom is de straling gevaarlijk?

Onder ioniserende straling wordt verstaan straling die ionisaties kan veroorzaken in de materie waar deze op valt. Dat wil zeggen: de straling heeft zoveel energie, dat hij elektronen kan ‘losslaan’ uit atomen. Hierdoor verandert de lading van de atomen van neutraal naar positief. Bij dit proces kan schade aan weefsel ontstaan.

Soorten ioniserende straling

Soorten ioniserende stralingIoniserende straling komt aan zijn energie door verval binnen atomen of atoomkernen. De belangrijkste soorten ioniserende straling zijn alfa-, bèta-, gamma- en röntgenstraling.

· De minst gevaarlijke, alfastraling, ontstaat door alfaverval. Deze straling bestaat uit alfadeeltjes: twee protonen en twee neutronen. Doordat alfadeeltjes zwaar zijn en een grote lading hebben, kan de straling makkelijk worden tegengehouden. Een vel papier is al voldoende.

· Bètastraling bestaat uit positieve en negatieve geladen deeltjes (positronen en elektronen) die door een atoomkern worden uitgezonden. Bètastraling is gevaarlijker dan alfastraling, omdat de deeltjes veel lichter en kleiner zijn. De straling kan gestopt worden met een centimeter licht materiaal, zoals aluminium of plexiglas.

· Veel gevaarlijker is de gammastraling. Deze straling kan ontstaan bij het uiteenvallen van instabiele atoomkernen, zoals bij radioactiviteit. Gammastraling bestaat niet uit deeltjes maar uit sterke elektromagnetische stralen: fotonen. Om deze tegen te houden is op zijn minst een dikke laag beton of lood nodig.

· Röntgenstraling is, net als gammastraling, elektromagnetische straling en heeft een even grote doordringbaarheid. Röntgenstraling ontstaat echter op een andere manier, nl. door het terugvallen van elektronen in de elektronenschil om de atoomkern heen. Hoe groter de ‘val’ van de elektronen, hoe hoger de energie van de röntgenstraling.

Bronnen van ioniserende straling

Bronnen van ioniserende stralingIoniserende straling is van nature overal aanwezig. Zo kennen we kosmische straling uit het heelal. Dan is er zogeheten terrestrische straling uit de bodem, die wordt uitgezonden door mineralen. Vanuit gesteenten in de bodem komt ook radioactief edelgas vrij, radon en thoron, dat we inademen. Deze natuurlijke bronnen noemen we achtergrondstraling.

Daarnaast zijn er kunstmatige bronnen, o.a. bouwmaterialen, zoals beton en baksteen. Net als in de bodem worden ook hierin radon en thoron gevormd.

In de gezondheidszorg worden röntgen- en gammastraling gebruikt voor diagnosestelling en voor therapieën. Voorbeelden zijn röntgenfoto’s, CT-scans en bestraling en radiotherapie bij kanker.

De industrie maakt gebruik van straling, bijvoorbeeld gammastraling voor sterilisatie van voedingsmiddelen. Kerncentrales gebruiken radioactiviteit om energie op te wekken en nucleaire onderzoeksreactoren om isotopen voor industriële en medische toepassingen te ontwikkelen.

Risico’s

Ioniserende straling kunnen we niet zien, horen, proeven, ruiken of voelen. Maar wie er te lang aan wordt blootgesteld, kan gezondheidsschade oplopen.

Dat kan door besmet voedsel te eten of lucht in te ademen die radioactieve deeltjes bevat, maar ook door blootstelling aan röntgentoestellen of radioactieve bronnen. Het risico wordt bepaald door de wijze van blootstelling: hoe dichtbij is de stralingsbron, hoe lang duurt de blootstelling, en hoeveel en welke soorten straling worden er uitgezonden?

Directe en late effecten

Ioniserende straling heeft directe en late effecten op ons lichaam.

· Directe effecten treden op kort nadat iemand is blootgesteld aan een zeer hoge dosis radioactiviteit, zoals bij ernstige nucleaire ongevallen. Men kan dan stralingsziekte oplopen.

· Een van de late effecten is een verhoogde kans op kanker. Er wordt vanuit gegaan dat ook een lage stralingsdosis een (zeer) kleine verhoging van de kans op kanker geeft.

Veilige stralingsdoses

De hoeveelheid ioniserende straling waaraan mensen blootstaan, wordt uitgedrukt in sievert (Sv). Meestal wordt de maat millisievert gebruikt (mSv). Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) houdt de totale hoeveelheid gemiddelde straling bij die Nederlanders per jaar oplopen. Deze bedroeg 2,6 mSv in het jaar 2013. Daarvan was ongeveer de helft van kunstmatige bronnen.

Dit cijfer is echter een gemiddelde, het hangt sterk af van medische behandelingen die iemand ondergaat. Een röntgenfoto van de borst levert bijvoorbeeld 1 mSv op.

Wel meldt het RIVM dat de hoeveelheid straling die we jaarlijks oplopen sinds 2002 stijgt. Belangrijkste oorzaak is CT-onderzoek. Een CT-scan van de buik levert gemiddeld 10 mSv op. (Aangenomen wordt dat deze dosis de kans op kanker, die voor een gemiddelde Nederlander 33% bedraagt, met 0,05% verhoogt.)

Op de werkplek

De wettelijke stralingslimiet waaraan burgers door kunstmatige bronnen mogen blootstaan – bovenop de genoemde 2,6 mSv – is 1 mSv per jaar. De limiet voor professionals die werken met ioniserende straling ligt op 20 mSv per jaar.

Voor het werken met ioniserende straling gelden wettelijke regels. Het gebruik moet gerechtvaardigd zijn. Het doel dat wordt gediend moet opwegen tegen de risico’s. Indien mogelijk, moeten er veiliger alternatieven worden gebruikt. Ook moet de blootstelling van de medewerkers zo laag zijn als technisch en economisch redelijkerwijs haalbaar is.

Verder is persoonlijke bescherming voor de werknemers verplicht, zoals loodpanelen, loodhandschoenen, loodschorten en loodbrillen. Daarnaast is adembescherming nodig: werkplekventilatie en een veiligheidskabinet, wanneer gewerkt wordt met open bronnen.

Meer informatie?

Uzimet, de leverancier van loodproducten voor de Benelux, ontwikkelt stralingwerende oplossingen voor locaties waar met ioniserende straling wordt gewerkt. Wilt u meer weten over onze producten? Neem dan contact met ons op.