Laatste nieuws over UzimetWat is Ioniserende straling

Dagelijks wordt ons lichaam voortdurend doorkruist met ioniserende straling. Dat is in normale omstandigheden geen probleem. Radioactiviteit komt overal in de natuur voor en ons lichaam is uitgerust met herstelmechanismen om deze schade te herstellen. Anders wordt het wanneer de stralingsdosis heel intens of geconcentreerd is.

Schade door ioniserende straling

Dat grote hoeveelheden ioniserende straling en radioactiviteit schade aan het lichaam kunnen toebrengen, werd eind 19e eeuw al duidelijk, nadat wetenschappers als Röntgen, Becquerel en Curie straling en radioactiviteit hadden ontdekt. Onderzoeker Nikola Tesla liep brandwonden op van röntgenstraling, zijn collega’s Pierre en Marie Curie kapotte vingertoppen door het werken met radioactieve materialen; Marie Curie overleed later aan leukemie.

In 1928 al stelde het Internationale Congres van Radiologen een commissie in die aanbevelingen ging opstellen voor het veilig toepassen van ioniserende straling in medisch diagnostisch onderzoek.

Atoomaanvallen

Toch werden de gevaren van ioniserende straling nog steeds danig onderschat. Kwakzalvers verkochten in water opgeloste radiumzouten als versterkend middel. Bekend waren ook de horloges waarvan de wijzers waren bestreken met lichtgevende radiumhoudende verf. De atoomaanvallen op Hiroshima en Nagasaki droegen uiteindelijk sterk bij tot het volledige besef over de korte- en langetermijngevaren van ioniserende straling.

Stralingshygiëne

Sindsdien heeft de zogeheten stralingshygiëne (bescherming van de bevolking tegen schadelijke effecten van ioniserende straling en radioactieve stoffen) zich voortdurend ontwikkeld. In de stralingshygiëne wordt het ontstaan van leukemie en kanker nu als het belangrijkste effect van straling beschouwd.

De hoeveelheid ioniserende straling waaraan mensen blootstaan, wordt uitgedrukt in sievert (Sv). Meestal wordt de maat millisievert gebruikt (mSv). Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) houdt de totale hoeveelheid gemiddelde straling bij die Nederlanders per jaar oplopen. Deze bedroeg 2,6 mSv in het jaar 2013. Daarvan was

ongeveer de helft van kunstmatige bronnen. Dat zijn o.a. medische toepassingen van straling zoals röntgenfoto’s en radiotherapie bij kanker.

Pas boven een stralingsdosis van 100 mSv (0,1 Sv) in een korte tijd kan met zekerheid worden aangetoond dat deze daadwerkelijk nadelige effecten heeft op de gezondheid. Uit veiligheidsoverwegingen wordt echter aangenomen dat ook lagere doses een kleine extra kans op kanker kunnen veroorzaken.

Straling in het ziekenhuis

Medisch onderzoek en behandelingen in het ziekenhuis die gebruikmaken van ioniserende straling zijn onmisbaar voor de moderne geneeskunde, maar niet zonder risico. Hoewel de kans op nadelige effecten bij medische beeldvormingsonderzoeken erg klein is, kan men er beter bewust mee omgaan. Onnodig onderzoek dient vermeden te worden en er moeten voldoende beschermende maatregelen worden genomen voor de patiënten en de medewerkers die werken met straling.

Medisch onderzoek en behandelingen met straling in het ziekenhuis zijn kortom alleen gerechtvaardigd als de voordelen voldoende opwegen tegen de nadelen.

Twee soorten effecten van ioniserende straling

Effecten van ioniserende straling op een organisme variëren, afhankelijk van de hoeveelheid en de duur van de straling. Er zijn grofweg twee soorten effecten. De effecten bij hoge doses worden deterministisch genoemd; boven een bepaalde dosisdrempel treden ze treden direct en met zekerheid op. We moeten dan denken aan stralingshoeveelheden in de orde van grootte van 500 mSv of meer.

Bij dergelijke doses raken weefsels en organen direct beschadigd, zoals huid, darmen, longen en nieren. Ze functioneren niet (goed) meer. Ze zijn het gevolg van dood of verlies van functie in een relatief grote hoeveelheid cellen in een weefsel of orgaan. Ook kunnen er brandwonden ontstaan.

Met het toenemen van de stralingsdosis neemt de schade toe; niet alleen in frequentie, maar ook in ernst.

Geen drempeldosis

Andere effecten van ioniserende straling worden stochastisch genoemd. Ze kunnen bij elke stralingsdosis ontstaan, er is geen drempeldosis, hoewel bij lage doseringen de kans op schade onwaarschijnlijk is. Met het toenemen van de dosis neemt kans op en frequentie van schadelijke gevolgen toe.

Stochastische effecten ontstaan ten gevolge van veranderingen in individuele cellen in het lichaam. De cellen kunnen afsterven of het DNA raakt beschadigd. Dit kan chromosoomafwijkingen en mutaties opleveren of ongeremde celdeling: kanker. Een verandering van een chromosoom in een geslachtscel kan leiden tot genetische afwijkingen bij nakomelingen.

Soorten radioactieve deeltjes

Effecten van ioniserende straling hangen ook af van het soort radioactieve deeltjes waaraan iemand wordt blootgesteld. Sommige radioactieve atomen verspreiden zich gelijkmatig door het lichaam, zoals cesium. Andere concentreren zich op één of meerdere organen, bijvoorbeeld jodium, dat zich op de schildklier richt.

Sommige personen zijn gevoeliger voor ioniserende straling dan andere. Foetussen en kinderen zijn het meest gevoelig voor de gevolgen van ioniserende straling. Bij embryo en foetus is de ontwikkeling van verschillende organen zeer gevoelig voor straling; vooral tijdens de ontwikkeling van het centrale zenuwstelsel tussen de 8e en 24e week na conceptie. Kinderen zijn gevoeliger voor straling dan adolescenten.

Meer weten over stralingwerende middelen?

Uzimet, de leverancier van loodproducten voor de Benelux, ontwikkelt stralingwerende oplossingen voor locaties waar met ioniserende straling wordt gewerkt. Wilt u meer weten over onze producten? Neem dan contact met ons op.